Neem je een Aapje voor me mee?

Het is de eerste gedachte die in me opkomt, als ik hoor dat iemand een verre reis gaat maken. ‘Neem je een aapje voor me mee?’. Een aapje? Wat moet ik met een aapje? Het is een herinnering aan een kerstverhaal van lang geleden.

Toen ik als klein jochie nog met mijn ouders naar de kerk ging, was kerst altijd een van de hoogtepunten van het jaar. Niet vanwege het traditionele kerstverhaal – zo’n kerk was het niet – maar vanwege het ‘kerstspel’.

Ieder jaar werd er een (volgens mij originele) productie opgevoerd, met toneel, grote decors en vooral veel koor en solozang. Soms gebaseerd op bijbelverhalen. Vaak ook niet.  Er zal er vast een boodschap in gezeten hebben, heel dik bovenop lag die er (voor mij) niet. 

De jeugd werd al vroeg ingezet, als kindekoor, maar vooral ook als toneelspeler. Volgens mij was het tot een jaar of 14 wel min of meer verplicht om mee te doen.

Maar goed, het aapje. Het was een toneelstuk over Michiel de Ruyter. Volgens mij hadden wij een rol met het ‘jongenskoor’*

Ik kan me nog tekstvlarden herinneren

Een zeeman moet varen, het zit hem in zijn bloed
Een zeeman moet varen, omdat ‘ie varen moet!

Een Hollandsche jongen is dan pas tevree,
al ‘ie vaart met zijn schuit op de woelige zee

Een zeeman moet… enz.

Ergens in dat toneelstuk, vertrekt Michiel (of een van zijn familieleden) naar Nederlands Indië, of Afrika of zoiets. Dan staat een klein jongetje die boot uit te zwaaien en roept heel hard naar zijn vader ‘Neem je een aapje voor me mee?’

Heeft blijkbaar heel veel indruk gemaakt. 

Maar ik heb nog nooit een aapje van iemand gekregen. 

*Overigens zijn de optreden in dat jongenskoor – met baard in de keel – meteen ook de reden dat ik me er niet meer toe kan zetten om in het openbaar te zingen. Maar daarover wellicht een andere keer meer.