Sporten is doodvermoeiend en levensgevaarlijk

Sinds een maand of twee ben ik lid van de lokale sportschool. Mag in de zomer graag hardlopen en fietsen, in de winter doe ik meestal niets aan sport. Tijd om daar iets aan te doen.  Ik had er alleen geen rekening mee gehouden dat dit zo ingewikkeld zou worden.  Mijn karakter werkt niet bepaald mee.

Verstrooid

Ik vind het heel erg lastig om mijn hoofd erbij te houden, als ik repeterende dingen moet doen.  Ik zit altijd vol  ideeën en mag me graag in onderwerpen vastbijten en problemen oplossen. Helaas kan ik niet zoveel dingen tegelijkertijd. En vind veel handelingen saai. Daardoor ben ik erg verstrooid en vind ik in zo’n geval de binnenkant van mijn hoofd al snel  interessanter dan de wereld om me heen.  Helemaal op momenten dat ik druk bezig ben. Op bijvoorbeeld mijn werk. Het levert vaak wel creatieve oplossingen op. Maar dan gaan een heleboel andere dingen op de automatische piloot. Of niet. De keren dat ik dingen vergeet mee te nemen, (bijna) van mijn fiets val, tegen deuren aanloop of mijn hoofd stoot zijn niet op de vingers van één hand te tellen.  Dat is doodvermoeiend. En ook de belangrijkste reden dat ik nooit voor mijn rijbewijs geslaagd ben, maar dat is weer een heel ander verhaal.

Dit maakt ook routine-handelingen lastig. Want, saai. Het heeft eeuwen geduurd voordat ik mijn telefoon + portemonnee + sleutels iedere dag bij me had. Kwestie van gewenning. Dat gaat niet heel soepel. Een paar keer per week naar de sportschool gaan, moet nog een nieuwe routine opleveren. Die is er nog niet.

Zaken die ik al vergeten ben mee te nemen

  • handdoek
  • sportschoenen
  • schoon t-shirt
  • schone sokken
  • sleutel van locker
  • bidon

En de meeste al meerdere keren, in verschillende combinaties.  Volgens mij heb ik alleen de eerste keer alles bij me gehad.

Levensgevaarlijk

Het ergste komt nog.  De sportschool is ook een plek voor nieuwe ongelukken.  Die ruimte staat vol met levensgevaarlijke apparaten! Zo ging ik donderdagavond nog enorm op mijn bek op de loopband. Ik was lekker aan het rennen. Met een gangetje van ongeveer 10km/uur.  Na een halfuurtje ging het wat moeizamer en had ik wat extra energie nodig . Ik zette Motörhead aan op mijn telefoon.  Dat werkte. Meteen weer in ‘the zone’. Alleen bewoog ik blijkbaar iets te enthousiast mee op de muziek, gaf per ongeluk een harde zwiep tegen het snoertje van mijn koptelefoon, lanceerde mijn telefoon de lucht in. En ging in reflex om het ding te vangen, met een voet naast de loopband staan. Slecht idee. In een fractie van een seconde lag ik op mijn platte gezicht op de band. Met een hand mijn telefoon vast, met de andere grabbelend naar de noodstop boven mijn hoofd. Ik schrik gelukkig niet meer van zulk soort dingen. De mensen die om me heen sporten overigens wel. Dus ik loop gewoon weer verder. En zie de volgende dag wel hoe bont-en-blauw ik hier weer van geworden ben.

Misschien moet ik toch maar eens kijken of hier een cursus voor is. Het levert mooie verhalen op, maar ik begin me nu toch af te vragen hoe mijn leven als bejaarde eruit gaat zien.