Vakbeweging is een moeilijk woord

Afgelopen weekend werd het bekend gemaakt. De herboren FNV gaat in het vervolg door het leven als de Vakbeweging. Dat verbaasde me nogal. Van werktitel #dnv naar De Vakbeweging (sorry hoor, die onzin van hoofdletters in het midden is zo jaren ’90. Daar doe ik niet aan mee), is maar een kleine stap. Toch had ik nog ergens de hoop dat ze met iets anders zouden komen dan zo’n vage politieke studeerkamerterm.

Als vernieuwde werknemersclub in opbouw, wil je jezelf toch vooral presenteren op de werkvloer. Aan de werknemers die niet meer (allemaal) zomaar lid worden van de bond. Niet aan de polder of aan de politiek. Die kennen je namelijk allang. 

Voor zover ik er kijk op heb, heeft de werknemer het over FNV (of CNV natuurlijk), de bond, de bonden of in ernstiger geval over ‘die kutbonden’ (of een variant daarop).

Dan lijkt een naam met Bond erin mij het meest voor de hand liggen. Of iets met FNV natuurlijk. Een merknaam die iedereen kent. In ieder geval een term die duidelijk maakt dat je naar buiten kijkt en let op wat er in de wereld aan de gang is.

Dan snap ik niet dat er gekozen wordt voor ‘Vakbeweging’. Een term zonder herkenning, vakjargon dat alleen gebruikt wordt door:

  • de bonden zelf
  • de polder
  • de politiek
  • de economieboeken
  • de media

Je gaat van een herkenbare organisatie met een bekend logo, over naar iets nieuws. En dan verenig je je onder een moeilijk woord dat niemand in de buitenwereld iets zegt.  

Het is natuurlijk wel de ultieme vorm van met een schone lei beginnen. Maar, ik snap er geen bal van.

Ik ben nog steeds FNV-lid (nvj in mijn geval. al jaren en jaren), maar ik krijg steeds meer het gevoel dat dit mijn club niet meer is.