Lodewijk was een kat

20 jaar is een mooie leeftijd voor een kat. Van mij had hij wel dertig mogen worden. Het zat er helaas niet in. En voor je het weet, zit je dan met je dode kat op schoot, te janken bij de dierenarts.

Lodewijk was tussen de 4 en de 8 toen ik hem zo’n 15 jaar terug uit het asiel haalde. 80 gulden. Ik vond het een flink bedrag. Lodewijk stond op zijn adoptiepapieren en zo ben ik hem maar blijven noemen.

Hij is meeverhuisd van mijn studentenkamer, van flat naar flat, tot we eindelijk in een huis met een tuin woonde, waar hij graag lag te zonnen of gewoon te niksen. Hij reisde in zijn bakje mee op de fiets, in de bus, met de trein. Hij vond alles best.

Het was een stoer beest, een hele grote zwarte kater. Die over iedereen die binnen kwam de baas speelde. Mijn vrouw was maanden als de dood voor hem, omdat hij haar maar niet zomaar accepteerde en met opgeheven poot stond op te wachten als ze de hoek omliep.

De laatste jaren ging het allemaal wat trager. Lodewijk vond het wel best geloof ik. Oplevingen van rennen, vliegen, springen, waren er steeds minder. En bleven uiteindelijk uit.┬á Wat ik tot het einde toe erg gezellig vond, was dat hij altijd wakker was als ik ‘s ochtends naar beneden kwam om naar mijn werk te gaan. Natuurlijk omdat hij eten wilde, maar hij was ook altijd wel in voor een praatje en een aai over de kop. Een half uurtje net als vroeger. Alleen met de poes en een kop koffie.

Het ging uiteindelijk heel rap vandaag. Een bezoekje aan de dierenarts, met een infuus om zijn nieren schoon te spoelen, heeft niet meer mogen baten. Eind van de middag kon ik terug. En met een lege bakfiets weer naar huis. Damn.